| Siemon Reker gef lezing op !REUR! |
|
|
|
| vrijdag 05 maart 2010 | |
|
Volgens de Groningse hoogleraar Siemon Reker zou Van Dale
meer informatie moeten geven over regionaal gebruikt Nederlands. Dat is een van
de wensen die hij uit in de lezing "Het balletje in het schuurtje, het opsporen
van regionaal Nederlands in gedrukte nieuwsmedia". De lezing is onderdeel van het streektaalfestival !Reur!, zaterdag 6 maart 2010 in Emmen. Reker wijst erop dat in Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal geregeld aanduidingen als ‘informeel', ‘spreektaal', ‘volkstaal' voorkomen, terwijl er feitelijk sprake is van Nederlands dat in de ene regio wel en in de andere niet of minder voorkomt. Op basis van digitaal onderzoek met behulp van de krantencollectie LexisNexis blijkt die conclusie betrekkelijk simpel te trekken, zoals hij zal demonstreren aan gevallen als het gebruik van ‘niks' tegenover ‘niets': kranten langs de grens met Duitsland gebruiken de eerste vorm naar verhouding meer dan kranten in West-Nederland. Van Dale noemt daarentegen ‘niks' een vorm uit de spreek- en volkstaal. Een woord als ‘niks' moet volgens Reker in het woordenboek voorzien worden van de informatie dat dit vooral in de oostelijke helft van Nederland voorkomt, bij ‘effe' dat dit bij uitstek West-Nederlands is. Reker vindt deze verbetering een redelijke eis, omdat deze regionale feiten momenteel betrekkelijk eenvoudig opgespoord kunnen worden via een digitale aanpak. Daaruit leidt Reker ook een aantal regionale aanvullingen af bij het woord ‘baliekluiver'. Van Dale beperkt zich tot de twee betekenissen leegloper en los sjouwerman, maar LexisNexis brengt allerlei aanvullingen tevoorschijn: in het Westen van Nederland is een baliekluiver een ander woord voor ‘crimineel', terwijl het in Groningen en Drenthe veel vriendelijker ‘schavuit' betekent; in Utrecht is het de aanduiding van een kruidenbittertje, maar ook van een hang-oudere. In heel Nederland ontwikkelt zich daarnaast een nieuwere betekenis waarbij baliekluiver een negatieve aanduiding is voor een ambtenaar op een provincie- of gemeentehuis.
Daarnaast concludeert Reker, uit een steekproef in de bulletins van de Radionieuwsdienst, dat de woordvolgorde in het Nederlands stilzwijgend veranderde in de periode van 1937-1984:het type ‘gevallen is' scoorde in de jaren '30 van de vorige eeuw 30% tegenover 70% ‘is gevallen', een volgorde die in de jaren '80 voor 99% gekozen werd.
|






