Moi!

Ik ben Amber Tieck, uit Emmen. In februari 2021 ben ik als stagiair begonnen bij het Huus als onderdeel van mijn masterstudie Meertaligheid. Nu onze collega Arja met verlof is, vervang ik haar samen met Jan Germs as streektaolfunctionaris. Elke dag leer ik meer over wat zich ontwikkelt op het gebied van het Drents (en Nedersaksisch als geheel) en krijg ik de kans om me er zelf ook voor in te zetten. Dichterbij als dit komt het voor mij niet, wanneer we het hebben over van je hobby, je werk maken.

Hoewel ik wel zeggen kan dat ik met het Drents opgegroeid ben, kan ik niet zeggen dat ik ook Drentstalig opgevoed ben. Mijn ouders, die uit Erica en Klazienaveen komen, spraken het wel met elkaar, maar ik werd Nederlandstalig opgevoed.  Destijds was de algemene opvatting ook dat het beter zou zijn om kinderen niet in de streektaal op te voeden – een opvatting waarvan inmiddels het tegendeel bewezen is. Streektaal in de opvoeding meegeven aan kinderen blijkt juist goed te zijn voor de ontwikkeling en heeft een heleboel voordelen. Veur mij gold dat hoe ouder ik werd, hoe meer ik de waarde van het Drents in begon te zien. Daarom ben ik hier vanuit mijn studie onderzoek naar gaan doen en heb ik het mezelf aangeleerd. Elke dag leer ik nieuwe woorden en uitdrukkingen waar ik me over verwonderen kan.

Ik denk dat gloepends mijn lievelingswoord is, omdat het mij eraan doet denken dat we bij mij thuis vroeger altijd dachten dat het geen echt woord was. Wanneer mijn vader dan riep   “Dat is gloepends hiete!”, dachten mijn moeder en ik dat hij dat woord zelf verzonnen had. Tot ik met het Drents aan de slag ging en we erachter kwamen dat het een heel gewoon Drents woord is. Sinds die tijd leren wij steeds meer over het Drents en zijn we ook gloepends wies met onze taal.