Nedersaksisch in het basisonderwijs

KERNDOELEN NEDERSAKSISCH

Nedersaksisch in het basisonderwijs

INLEIDING:

 

Gebied waar het Nedersaksisch gesproken wordt

 

Het Nedersaksisch is ontstaan uit het Oudsaksisch, dat net als het Oudfries, het Oudengels, het Oudhoogduits
en het Oudfrankisch, tot de West-Germaanse taalfamilie behoort.

Vanaf ongeveer 500 na Christus worden er in Nederland drie talen gesproken: het Oudfrankisch, het Oudfries
en het Oudsaksisch. Uit het Oudfrankisch ontstond het huidige Nederlands, uit het Oudfries
het Fries en uit het Oudsaksisch het Nedersaksisch, dat nu nog gesproken wordt in maar liefst 6 van de 12 provincies
in Nederland en daarnaast ook nog eens in een groot deel van Duitsland.

Frisia

Het Nedersaksisch is dus een échte taal, en niet - zoals helaas nog steeds veelmensen denken - een verbastering
van het Nederlands. In 1992 heeft Nederland het Europees Handvest voor de Minderheidstalen ondertekend om
vervolgens in 1996 door de eerste en tweede kamer goedgekeurd en geratificeerd te worden. Daarmee heeft het
Nedersaksisch de status van officiële taal in Nederland.

In 2018 is het Nedersaksisch convenant ondertekend door het Ministerie van Binnenlandse Zaken, de provincies
Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland, en de Friese gemeenten Ooststellingwerf en Weststellingwerf.
Het convenant "erkent de regionale taal Nedersaksisch als een wezenlijk, volwaardig en zelfstandig onderdeel
van de taalsystematiek binnen Nederland". Het verplicht de partijen zich in te spannen en samen te werken om
het Nedersaksisch te behouden en het gebruik ervan te bevorderen.

Het Nedersaksisch is, mede door de onderneming van het convenant, bezig aan een opmars. Er wordt geschreven,
gemusiceerd , gezongen, gepraat en gedicht in het Nedersaksisch. Tegenwoordig heeft ‘plat’, niet meer
per definitie de bijbetekenis van ‘onderontwikkeld’ of ‘boers’, maar wordt het Nedersaksisch gebezigd met trots.
Tegelijkertijd daalt het aantal moedersprekers van deze taal tot een historisch dieptepunt.

Nedersaksisch in het (basis)onderwijs zou kunnen bijdragen aan de voorkoming van het uitsterven van de taal
en het daarmee verloren gaan van een stuk historie en cultuur van de regio.

Op dit moment zijn er allerlei initiatieven m.b.t. onderwijs in het Nedersaksisch, maar deze zijn ad hoc, kleinschalig,
lijken weinig gestructureerd en opereren los van elkaar in verschillende (sub)gebieden van het Nedersaksisch.

Na de ondertekening van het Nedersaksisch convenant, lijkt niets het schrijven en ontwikkelen maar vooral het
implementeren van onderwijs in het Nedersaksisch in de weg te staan.

Het convenant geeft geen verplichtingen, maar wel handvatten voor het ontwikkelen en implementeren
van onderwijs in het Nedersaksisch. Er wordt onder andere gerefereerd aan de wet op het primair onderwijs
waarin staat dat scholen les mogen geven in de streektaal. 
Daarnaast wordt er in het
Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden
, gesteld dat de ondertekenaars zich
verplichten tot het verbeteren van het onderwijs in o.a. Nedersaksisch
.

Vervolgens zegt curriculum.nu over meertaligheid: “Erkennen van en aansluiten bij (thuis)talen
en taalvariëteiten van leerlingen is nodig om het Standaardnederlands (verder) te ontwikkelen, samen
te leren en samen te leven. Het versterkt het talig en (inter)cultureel bewustzijn en leidt tot gevoeligheid
voor meerdere talen en een open houding, waardering en respect bij leraren, leerlingen en ouders ten aanzien
van talige diversiteit en culturele identiteit”

De tijd waarin we dachten dat het meertalig opvoeden van kinderen kon leiden tot ADHD, autisme en
zelfs schizofrenie, ligt gelukkig ver achter ons. Onderzoeken tonen keer op keer aan dat een tweetalige opvoeding
niet alleen een meerwaarde is in het dagelijks leven, maar ook positieve gevolgen heeft voor het functioneren
van de hersenen. In de hersenen zijn bepaalde gebieden actiever, waardoor de kinderen doelgerichter kunnen werken.
Ook hebben ze een voorsprong in het besef van correcte grammatica. Tevens zijn de kinderen vaardiger
in het anticiperen op het gedrag van anderen.

Al met al zijn er redenen genoeg om les te geven in het Nedersaksisch, ook al is er vanuit het ministerie geen
verplichting hiertoe.

HET IDEE:

Het Nederlandse basisonderwijs kent een 58-tal kerndoelen, die beschreven staan in het zogenaamde
“kerndoelenboekje”

Hiervan zijn uit een aantal relevante vakgebieden een 16-tal kerndoelen genomen die als basis dienen
voor de vorming van kerndoelen voor het Nedersaksisch.

Uit deze 16 kerndoelen zijn vijf basisvaardigheden gedistilleerd waar vervolgens
vijf “kerndoelen Nedersaksisch” van gemaakt zijn. Vervolgens wordt aan de hand van deze kerndoelen
een leerlijn gemaakt.

Deze kerndoelen en leerlijn zijn bruikbaar in het hele Nedersaksische taalgebied.

Omdat in het gehele Nedersaksische taalgebied veel verschillende varianten gesproken worden, zal de
leerlijn gevuld (moeten) worden met reeds bestaand lesmateriaal. Waar nog geen lesmateriaal voorhanden is,
zal dit gemaakt moeten worden. Zo zal het uiteindelijke lespakket er voor bijvoorbeeld het
Twents inhoudelijk anders uit gaan zien dan voor het (om nog maar eens een variant te noemen) Westerkwartiers.”

Wanneer je aan deze Nedersaksische kerndoelen gaat werken, werk je tegelijkertijd aan de kerndoelen uit het
kerndoelenboekje. Op deze manier kan er gewerkt worden aan de geldende, verplichte kerndoelen en
zijn de Nedersaksische kerndoelen een vervanging (en niet een extra toevoeging) op het bestaande
curriculum van een (basis)school.

De kerndoelen die relevant zijn staan hieronder (met de nummering uit het originele document) weergegeven:

NEDERLANDS

1) De leerlingen leren informatie te verwerven uit gesproken taal. Ze leren tevens die informatie, mondeling
of schriftelijk, gestructureerd weer te geven.

2) De leerlingen leren zich naar vorm en inhoud uit te drukken bij het geven en vragen van informatie,
het uit- brengen van verslag, het geven van uitleg, het instrueren en bij het discussiëren.

9) De leerlingen krijgen plezier in het lezen en schrijven van voor hen bestemde verhalen, gedichten en
informatieve teksten.

11) De leerlingen leren een aantal taalkundige principes en regels. Zij kunnen in een zin het onderwerp,
het werkwoordelijk gezegde en delen van dat gezegde onderscheiden.

De leerlingen kennen:

  • regels voor het spellen van werkwoorden
  • regels voor het spellen van andere woorden dan werkwoorden
  • regels voor het gebruik van leestekens

12) De leerlingen verwerven een adequate woordenschat en strategieën voor het begrijpen van voor hen
onbekende woorden. Onder ‘woordenschat’ vallen ook begrippen die het leerlingen mogelijk maken
over taal te denken en te spreken.

ENGELS

13) De leerlingen leren informatie te verwerven uit eenvoudige gesproken en geschreven Engelse teksten.

14) De leerlingen leren in het Engels informatie te vragen of geven over eenvoudige onderwerpen en
zij ontwikkelen een attitude waarbij ze zich durven uit te drukken in die taal.

15) De leerlingen leren de schrijfwijze van enkele eenvoudige woorden over alledaagse onderwerpen.

FRIES

17) De leerlingen ontwikkelen een positieve attitude ten opzichte van het gebruik van Fries door
henzelf en anderen.

18) De leerlingen leren informatie te verwerven uit gesproken Fries. Het gaat om teksten die
informatie geven, plezier verschaffen, meningen of aanwijzingen bevatten over voor hen
bekende onderwerpen.

19) De leerlingen leren zich naar inhoud en vorm in het Fries uit te drukken in situaties uit
hun dagelijks leven waarin zij informatie vragen of geven over een onderwerp waarmee zij vertrouwd zijn.

20) De leerlingen leren informatie te verwerven uit teksten in het Fries in frequent voorkomende
teksttypen (zoals artikelen in jeugdrubrieken, liedjes, verhalen).

21) De leerlingen leren eenvoudige teksten in het Fries te schrijven over alledaagse onderwerpen
met het doel met anderen over die onderwerpen te communiceren.

22) De leerlingen verwerven een woordenschat van frequent gebruikte Friese woorden en strategieën
voor het begrijpen van voor hen onbekende woorden.

ORIËNTATIE OP JEZELF EN DE WERELD

53) De leerlingen leren over de belangrijke historische personen en gebeurtenissen uit de Nederlandse
geschiedenis en kunnen die voorbeeldmatig verbinden met de wereldgeschiedenis.

KUNSTZINNIGE ORIËNTATIE

54) De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken, om er gevoelens en
ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren.

56) De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.

 

BASISVAARDIGHEDEN NEDERSAKISCH:

I               ATTITUDE                                             (kerndoel 17)

II              INFORMATIE VERWERKEN              (kerndoel 1, 13 ,18, 20)

III             SPREKEN & WOORDENSCHAT        (kerndoel 2, 12, 14, 19, 22)

IV            SCHRIJVEN                                            (kerndoel 9, 15, 21, 54)

V             GESCHIEDENIS                                     (kerndoel 53 en 56)

KERNDOELEN NEDERSAKISCH:

1)

De leerlingen ontwikkelen een positieve attitude ten opzichte van het gebruik van Nedersaksisch
door henzelf en anderen.

2)

De leerlingen leren informatie te verwerven uit (eenvoudige) gesproken, gezongen en geschreven
teksten in het Nedersaksisch.

3)

De leerlingen verwerven een woordenschat van frequent gebruikte Nedersaksische woorden en
uitdrukkingen en zij ontwikkelen een attitude waarbij ze zich durven uit te drukken in die taal.

4)

De leerlingen krijgen plezier in het schrijven van eenvoudige (informatieve) teksten, liedjes en
gedichten in het Nedersaksisch en maken daarbij gebruik van de geldende spellingsregels.

5)

De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel
erfgoed en de belangrijke historische personen en gebeurtenissen uit de Nedersaksische geschiedenis.